De beige bontjas.
Door: Yvonne
Blijf op de hoogte en volg Yvonne
24 Oktober 2025 | Indonesië, Langgur
De beige bontjas.
Laten we haar maar Maria noemen, de zus van de eigenaresse van de homestay met vier kamers. Maria, ongeveer 25 jaar, zorgt voor het ontbijt. Ze leeft naast het keukentje in een ruimte van 3x 4 meter en slaapt op de grond. Omdat ze prima Engels spreekt gaat ze vandaag met ons en de ‘driver’ op pad. Terwijl we voor haar huisje, op een verveloze krakkemikkige houten plank wachten, zien we haar rustig sloffend haar spulletjes bijeen pakken. Ze komt opgemaakt naar buiten in een wit T-shirt met een beige jas over haar arm. Wat doe je toch met zo’n kledingstuk hier in de tropen? Enfin, Maria en ik stappen achterin en Jan neemt plaats naast de chauffeur. We toeren wat rond over het vlakke groen begroeide eiland van grot naar waterval. Ondanks het geringe niveauverschil buldert het water vanuit een bron naar beneden. Vrouwen staan in het water de was te doen. Ik sta erbij en kijk ernaar. Er komt geen schuim vanaf en het water blijft kristalhelder. Hier en daar schiet een vis voorbij. Even verder ligt zeewier op brede plateaus te drogen. Het is de belangrijkste inkomstenbron van dit eiland. Over kaarsrechte wegen bereikt onze middenklasse auto met geblindeerde ramen de hoofdstad Langgur. Tijdens de rit was Maria druk bezig met het haar stylen en het maken van selfies. Overal ter wereld is dit een bekend fenomeen bij jonge vrouwen. We stappen gedrieën uit en belanden in de tropische klamme hitte. Het is rond twaalf uur en de markt is nog in volle gang. Mijn camera hangt om mijn nek. De bruine rugzak bungelt op Jan z’n bezwete rug. En Maria? Zij trekt haar beige bontjas met capuchon aan. Gekscherend vraag ik of ze het koud heeft. Ze lacht “nee dat draag ik tegen de hitte.” En werkelijk ze zet de capuchon op en loopt met ons tussen de groente- en viskramen door. Ik zie daar groene ballen ter grote van een tennisballen liggen. Het blijken samengeperste gekookte groenten te zijn. Als je zo’n bal met wat vocht in een pan legt vallen ze uit elkaar. Een beetje rijst erbij en klaar is Marie! Plots begint een marktvrouw achter een kraam in het Nederlands met mij te praten. Verbaasd kijk ik op. En al gauw is er een klik. Zij blijkt in een woonoord geboren te zijn. Nieuwsgierig vraag ik waar. In de hoop dat we iets gemeenschappelijks van vroeger hebben. Haar ouders zijn in 1951 naar Nederland gerepatrieerd en vervolgens in een barak in Limburg geplaatst. Dat is haar geboorteplek. 31 jaar geleden is ze geëmigreerd naar de Kei Kecil. Goh, tijdens deze ontmoeting gebeurt er iets bij mij. Ik wordt me ervan bewust dat ik hoop mensen uit mijn jeugd hier in de Molukken tegen te komen. ’s Avonds verdiep ik me dikwijls in de historie van de plek waar we ons bevinden. Gewoon een beetje googelen. Het blijkt dat veel mannen van het eiland Kei Kecil KNIL militair waren. Tot mijn verbazing lees ik dat zij, tijdens de repatriëring, met hun families ondergebracht zijn in het woonoord in Eerde. Daar waar ik toen woonde. Hoe kan het dat wij juist uit de duizend eilanden van de Molukken drie eilanden, waar Kei Kecil er een van is, hebben uitgezocht om te bezoeken. Is dat toeval?
-
25 Oktober 2025 - 15:34
Richard :
Toeval is in ieder geval iets wat je ten deel valt.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley